Ontslagvergoeding van EUR 628.000

In onze eerdere nieuwsbrief schreef ik over de persoonlijke omstandigheden die met de Hoge Raad “New Hairstyle” uitspraak zijn teruggekeerd in het ontslagrecht. Een eerste teken sinds de WWZ van toch weer hogere vergoedingen, naast de transitievergoeding. Het betrof hier een kapster die zonder reden werd ontslagen. Ze mocht opeens niet meer knippen en werd zelfs verzocht om voortaan maar schoon te gaan maken in de salon. Geen schoonheidsprijs. Dit leidde tot een vergoeding van EUR 45.000 naast de transitievergoeding van EUR 30.000. Lees verder door hier te klikken.

De lagere rechtspraak heeft deze “New Hairstyle leer” van persoonlijke omstandigheden inmiddels overgenomen. Forse vergoedingen keren (sneller) terug – naast de transitie – als er door een werkgever “ernstig verwijtbaar” is gehandeld. Dat was toch echt niet de bedoeling van kabinet Rutte destijds met de komst van de WWZ in juli 2015. Het “muizengaatje” is daarmee in rechte toch opgerekt. Sommige rechters stellen de hoogte van de vergoeding op de duur van de (fictieve) WW-periode en menen dat het lagere WW inkomen naar 100% moet worden bijgesteld, bijvoorbeeld gedurende 3 jaar. In deze lijn van hogere vergoedingen kende een kantonrechter te Den Haag een billijke vergoeding van EUR 50.000 toe naast de transitie van EUR 28.000 voor een muzikant die werd ontslagen omdat hij – wegens subjectieve redenen – “te jazzy” en met te weinig “groove” speelde (zie hier de uitspraak). Deze zaak haalde destijds veel publiciteit. Een eerste teken dat er voor werknemers in rechte wel degelijk financieel gewin kan zijn in het WWZ-landschap, naast de geïntroduceerde sobere transitievergoeding.

De kantonrechter te Noord-Holland gaat hier in haar uitspraak van 10 mei 2018 nog eens ruim overheen. Deze kende een billijke vergoeding toe van EUR 628.000! (Zie hier de uitspraak). De werkgever had het hier wel erg bont had gemaakt door de werknemer in kwestie – een senior projectmanager ICT – met meer dan 34 dienstjaren zomaar uit zijn functie te ontheffen en alle taken bij een collega onder te brengen. Na afwijzing van een gevraagde ontslagvergunning bij het UWV op bedrijfseconomische gronden is deze werkgever blijven aansturen op een exit wens en creëerde zo een verstoorde arbeidsrelatie. De rechter achtte dat ernstig verwijtbaar en stelde zoals gezegd de billijke vergoeding vast op EUR 628.000. De rechter hield daarbij rekening met het lange eenzijdige dienstverband en dat de werknemer na zijn middelbare school geen andere opleidingen meer had gedaan. De door de werknemer aangevoerde inkomens- en pensioen (!) – schade zijn daarbij gesteld op EUR 671.000. De kantonrechter heeft dat overgenomen en nog wel – als doekje voor het bloeden – de helft van de transitievergoeding (EUR 86.022) in mindering gebracht op deze billijke vergoeding. Niet louter de geschatte WW-schade werd hier dus toegekend, maar alle (fictieve) jaren, pensioen incluis, die werknemer nog bij de werkgever had kunnen blijven werken tot aan de pensioengerechtigde leeftijd!

Deze uitspraak leert ons dat het van belang is voor werkgevers om niet geforceerd aan te sturen op een exit.  Zorgvuldigheid is van belang – juist – in het voortraject. Vorstman Advocaten adviseert en begeleidt u graag bij verbetertrajecten en de do’s en don’ts in dat verband.

mei 2018, Diederik Oolbekkink