Regeerakkoord 2017 wijzigingen arbeidsrecht

Het regeerakkoord 2017: de belangrijkste maatregelen voor de arbeidsmarkt.

De Wet Werk en Zekerheid (WWZ) van Lodewijk Asscher wordt aangepast of anders gezegd deels teruggedraaid.

Een opsomming van de voornaamste maatregelen

Introductie nieuwe ontbindingsgrond die rechters meer ruimte geeft voor ontbinding

Rutte III introduceert een “cumulatiegrond”, waarbij ‘stapelen’ met ontslaggronden mogelijk wordt, zodat een rechter makkelijker kan beëindigen als hij meent dat dit beter is voor alle partijen. In dat geval kan wel een vergoeding worden toegekend van maximaal de helft van de transitievergoeding naast de transitievergoeding.

Veranderingen in transitievergoeding

– Werknemers hebben voortaan vanaf indiensttreding recht op transitievergoeding; – de opbouw wijzigt naar 1/3 maandsalaris per gewerkt dienstjaar voor alle jaren;

– Het wordt eenvoudiger om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding; ook voor opleidingen gericht op andere functies;

– Het wetsvoorstel om te betalen transitievergoedingen bij langdurige arbeidsongeschiktheid te gaan bekostigen uit het Algemeen werkloosheidsfonds wordt gehandhaafd;

– De overbruggingsregeling transitievergoeding wordt versoepeld. Daarbij kunnen kleine werkgevers in financiële malaise dienstjaren voorafgaande aan 1 januari 2013 buiten beschouwing laten.

Drie tijdelijke contracten in 3 jaar

Het wordt mogelijk om 3 tijdelijke contracten in een periode van 3 jaar te sluiten. De tussenpozen blijven meer dan 6 maanden. Pas daarna gaat de ketenreeks teller weer op nul. Sectorale afwijking hiervan wordt mogelijk.

Langere proeftijd

In geval van een dienstverband voor onbepaalde tijd wordt het mogelijk om 5 maanden proeftijd af te spreken. Voor tijdelijke contracten van meer dan 2 jaar kan maximaal 3 maanden worden afgesproken.

Kortere loondoorbetaling tijdens ziekte

Voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) wordt de periode verkort van 2 jaar naar 1 jaar. Het UWV neemt de betaling in het 2e jaar over, zo ook de re-integratieverplichting. De kosten hiervan worden gedekt via een uniforme premie.

Restricties Payrolling en nulurencontracten

Payrolling blijft bestaan. Het moet daarbij wel gaan om ontzorgen en niet om concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Daarom wordt het soepeler arbeidsrechtelijke regime van uitzenden buiten toepassing verklaard. Werknemers dienen op gelijke wijze beloond te worden als werknemers bij de inlener.

Permanente beschikbaarheid bij nulurencontracten wordt aan banden gelegd. Werknemers hoeven niet altijd gehoor aan een oproep en moeten betaald worden bij afzegging door de werkgever.

Afschaffing van de wet DBA

De wet DBA vervalt. Er komt een nieuwe wet die helderheid moet geven, met de volgende ankers:

-Bij ZZP’ers wordt uitgegaan van een bestaande arbeidsovereenkomst in geval van een laag uurtarief (15-18 euro) in combinatie met een langere duur van een overeenkomst (3 maanden of langer);

– Voor ZZP’ers met een uurtarief boven de EUR 75 komt een ‘’opt out” voor loonbelasting en premies;

– Zelfstandigen met een uurtarief boven het lage uurtarief kunnen werken met een “opdrachtgeversverklaring”. Dit geeft de opdrachtgever zekerheid en een vrijwaring van premies en loonbelasting.

Tot zover een samenvatting. Het akkoord kunt u hier teruglezen.

oktober 2017, mr. D.H. Oolbekkink.