Wet civielrechtelijk bestuursverbod en herziening faillissementsfraude Wetboek van strafrecht

In het kader van de wetgevingsoperatie Herijking faillissementsrecht heeft de Tweede Kamer op 23 juni 2015 de wetsvoorstellen Civielrechtelijk bestuursverbod (34011) en herziening faillissementsfraude (33994) unaniem aangenomen. De voorstellen liggen nu bij de Eerste Kamer.

Centraal in deze twee wetsvoorstellen staat de bedoeling van de wetgever om de positie van de curator bij het tegengaan van faillissementsfraude te versterken en de nakoming van de inlichtingenplicht van de gefailleerde beter te waarborgen. Ook worden de sancties op schending van de administratieplicht verscherpt.

Aanpassing wettelijke regeling faillissementsfraude
De strafrechtelijke bepalingen in het Wetboek van strafrecht, die zien op faillissementsfraude (de “eenvoudige” en de “bedrieglijke” bankbreuk), worden gerenoveerd en herschreven. In de kern blijft de structuur dezelfde, maar de tekst wordt gemoderniseerd en de bepalingen worden aangescherpt. In een aantal gevallen wordt de strafmaat
verhoogd en ook wordt het strafbaar wanneer handelingen, die zouden kunnen leiden tot het faillissement van een onderneming, preventief strafbaar gesteld om het dreigende gevolg van faillissement te voorkomen.

De nieuwe regels worden vervat in de nieuwe artikelen 340 tot en met 344 Wetboek van Strafrecht. De gefailleerde en de bestuurder van een failliete rechtspersoon zullen strenger worden aangepakt om te zorgen dat zij alle gevraagde inlichtingen over de failliete onderneming en/of de boedel aan de curator verschaffen.

Wet civielrechtelijk bestuursverbod
Daarnaast wordt met de Wet civielrechtelijk bestuursverbod (de nieuwe art. 106a tot en met 106e Faillissementswet) de mogelijkheid geschapen om malafide bestuurders en commissarissen gedurende een periode van 5 jaar een bestuursverbod op te leggen, waarmee zij niet meer in staat zullen zijn als bestuurder of commissaris van een rechtspersoon (of VOF) op te treden en zo opnieuw op frauduleuze wijze crediteuren te benadelen. Het verbod kan met voorafgaande goedkeuring van de rechter-commissaris in het faillissement worden aangevraagd door de curator, maar ook het OM kan de procedure om het bestuursverbod aan de rechtbank te verzoeken inleiden.

Het bestuursverbod geldt ook voor andere rechtspersonen, waarbij de betreffende bestuurder betrokken is. De rechtspersonen in kwestie worden over het verzoek gehoord. Deze krijgen de gelegenheid de bestuurder in het kader van de procedure te schorsen. De handhaving vindt plaats door de Kamer van Koophandel via de inschrijving in het handelsregister en door notarissen, die in een openbaar register kunnen nagaan of met betrekking tot een bepaalde natuurlijke persoon een bestuursverbod van kracht is.

De Minister geeft in de Memorie van Toelichting aan dat de regeling alleen toepassing zal vinden in uitzonderlijke gevallen. Het is niet de bedoeling om iedere misstap van bestuurders in een faillissement te bestraffen.

Kritische kanttekeningen
De praktijk plaatst kritische kanttekeningen. Zo zullen er geen speciale fondsen komen voor deze extra taak van de curator. Deze moet dit maar in het algemeen belang vanuit de boedel doen, zegt de Minister. Hoe dit moet met lege boedels wordt niet ingevuld. Wellicht kan in lege boedels de garantieregeling voor curatoren benut worden.

Ook zal bezien moeten worden, of de bestaande achterstanden bij het OM en gebrek aan opvolging van aangiftes van curatoren in de toekomst wel zullen verbeteren. De Minister trekt wel extra middelen uit voor het strafrechtelijk apparaat, maar of dit voldoende is zal de toekomst uit moeten wijzen.

M. de Vries, 1 oktober 2015

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *