Wetsvoorstel medezeggenschap cliëntenraden zorginstelling

Op 20 november 2018 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel voor de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) 2018 aangenomen. Het wachten is op behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer waarna de wet definitief van kracht wordt.

Doel van de Wmcz

Het doel van de Wmcz is de medezeggenschap van cliënten in zorginstellingen te bevorderen, door middel van het verplicht instellen van een cliëntenraad. De cliëntenraad heeft het recht om gevraagd en ongevraagd te adviseren over alle onderwerpen die van belang zijn voor cliënten in de zorg. Hierbij moet gedacht worden aan onderwerpen die van belang zijn voor de kwaliteit van de zorgverlening en voor de kwaliteit van het leven van cliënten in de zorginstellingen, zoals het recht op informatie, overleg met het bestuur, het recht om bindend een lid voor de raad van toezicht aan te dragen en het recht om gefaciliteerd te worden. Sinds 2008 wordt aan de vernieuwing van deze wet gewerkt.

Met de komst van de nieuwe wet worden sommige rechten en plichten uitgebreid en sommige gevallen komen er juist rechten te vervallen. Zo is in de nieuwe wet het verzwaarde adviesrecht voor cliëntenraden vervangen door instemmingsrecht en heeft de Tweede Kamer besloten om de positie van de lokale cliëntenraden te versterken door te stellen dat, in geval van een zorgconcern,  op alle locaties een cliëntenraad ingesteld dient te zijn. Verder beoogt het wetsvoorstel een lastenvermindering door cliëntenraden niet meer de mogelijkheid te geven juridische ondersteuning in te huren wanneer zij hun geschil voorleggen aan de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (LCvC). Over dit punt zal ik in de volgende nieuwsbrief nader ingaan.

In deze editie wordt ingezoomd op de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen een cliëntenraad te ontbinden. Het wetsvoorstel codificeert deze tot op heden slechts in de rechtspraak verankerde mogelijkheid.

De mogelijkheid de cliëntenraad te ontbinden

De vraag of een cliëntenraad ontbonden mag worden is echter “een sensitieve kwestie”, aldus de Memorie van Toelichting. Inherent aan het goed kunnen uitoefenen van de medezeggenschap is dat de cliëntenraad onafhankelijk ten opzichte van het bestuur moet kunnen opereren, ook wanneer er tegengestelde belangen spelen. Uit de oordelen van de LCvV, de jurisprudentie, en uit de nadere bespreking met onder meer de LCvV die ter voorbereiding van dit wetsvoorstel heeft plaatsgevonden, blijkt dat er zich in de praktijk soms situaties voordoen waarbij van behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de cliënten geen sprake meer is.

De instelling kan een cliëntenraad slechts ontbinden indien deze structureel tekortschiet in de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de cliënten. Het voornemen van de instelling om de cliëntenraad te ontbinden behoeft echter wel de instemming van de cliëntenraad. Indien de cliëntenraad hiermee niet instemt, dan wel de instelling in het ongewisse laat over het al dan niet instemmen, kan de instelling de LCvV verzoeken om toestemming te geven de cliëntenraad te ontbinden. Deze commissie zal dan, afhankelijke van de concrete situatie die voorligt, beoordelen of er sprake is van structureel tekortschieten in de behartiging van de gemeenschappelijke belangen.

maart 2019, Femke Rientsma